Belgisch vrijwilligerskorps in Mexico 1864 - 1867


 

Vanaf 1861 waren verschillende landen tussenbeide gekomen in de binnenlandse aangelegenheden van Mexico, vooral Frankrijk en Oostenrijk.
Keizer Napoleon 111 hoopte een oude droom te verwezenlijken, namelijk een Latijns Amerikaans keizerrijk als tegengewicht van de Verenigde Staten. Dankzij de Franse wapens was de hoofdstad en andere grote centra al snel veroverd, het platteland bleef onder controle van de rebellen. Franse troepen en wapens vermochten hier niets tegen.
Ook Amerika was machteloos en kon geen tegenzet doen daar het volledig opgeslorpt werd door zijn eigen Burgeroorlog.
Op 10 april 1864 aanvaarde Aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, echtgenoot van Prinses Charlotte, dochter van Leopold I, de kroon van Mexico. Onder bescherming van Oostenrijk en Frankrijk werd hij tot keizer uitgeroepen.
Daar het Mexicaanse leger van onbetrouwbaar allooi was, besloot hij om een persoonlijke wacht op te richten. Deze zou samengesteld worden uit Oostenrijkers, Fransen en Belgen. Deze laatste waren persoonlijk belast met de veiligheid van de Prinses, hun landgenote. Desondanks hoede de Belgische regering zich om zich officieel te bemoeien met de oprichting van het Legioen. De publieke opinie vond het plan onverenigbaar met onze neutraliteitspolitiek en ook was men bang om op korte termijn in conflict te komen met de Verenigde Staten. Het avontuur in de Nieuwe Wereld en de trots om lijfwacht te zijn van een Prinses deed velen de stap zetten. Het Belgisch Legioen werd georganiseerd in de streek rond Oudenaarde in september en oktober 1864 onder leiding van Luitenant Generaal Chapelie, commandant van de Koninklijke Militaire School. De rekrutering gebeurde onder de militairen en de burgerbevolking.
Het kader bestaat alleen uit militairen die onberispelijk zijn van gedrag en een perfecte staat van dienst hebben. Vele kaderleden laten hun graad wegvallen en nemen als soldaat deel. Officieren krijgen 2 jaar verlof zonder wedde, de manschappen tekenen een contract voor zes jaar onder Maximiliaan. Het korps vertrekt in 4 detachementen vanuit St-Nazaire, sterkte, 604, 403, 361 en 190 man (waaronder 63 officieren) die vertrekken op 16/10,19/11 en 16/12/1864 en op 16/01/1865. De overtocht duurde ongeveer 1 maand. De ontscheping gebeurde in Vera Cruz.
Het regiment bestond uit 2 bataljons, het bataljon "Imperatrice" en het bataljon "Rei des Belges" elk 6 compagnieën, en staf en kreeg de naam "Regiment van Keizerin Charlotte".
Aan het hoofd stond de Luitenant-Kolonel VAN DER SMISSEN. Als zoon van een generaal die tweemaal bij een samenzwering was betrokken werd hij in 1851 als waarnemer naar Algerije gezonden. In 1886 zou hij nogmaals van zich laten spreken bij het bloedig onderdrukken van arbeidersstakingen .

Voornaamste feiten:

  1. 11. april 1865 Slag bij Tacambaro, Belgen worden aangevallen en moeten na een heroïsche verdediging zich overgeven.
    Kapitein-Adjudant-Majoor baron CHAZAL, zoon van de toenmalige Minister van Oorlog sneuvelt en Majoor TYDGADT, bevelhebber van het Voltigeursbataljon werd dodelijk gewond.
  2. 16 juli1865 Slag bij Loma, de stad wordt heroverd en de vorige nederlaag wordt gewroken.
  3. 16 April 1866 Slag bij Marin, overwinning op de dissidenten met een aanzienlijke buit. Hier wordt besloten met de buitgemaakte paarden een detachement cavalerie op te richten.
  4. 18 juni 1866 slag bij Charco Redondo, Belgen blijven meester van het slagveld
  5. 25 september 1866, start van een expeditie naar Ixmiquilpan, de vijand was sterk ingegraven, een terugtocht is noodzakelijk. De laatste en meest gruwelijke slag geleverd door de Belgen.
  6. 24 december 1866, na persoonlijke bedankingen van de keizerin, en de mogelijkheid om over te gaan naar het Mexicaans leger met verhoging van graad, komt er een einde aan de taak van het Belgisch detachement. Weinigen gaan op het voorstel in.
  7. 20 januari 1867, vertrek van de boot uit Mexico. Aankomst in Antwerpen op 9 maart 1867 en ontbinding van de eenheid.
       
Vijfendertig officieren en 754 manschappen kwamen terug, de rest was gesneuveld of door ziekte gestorven, anderen hadden op het laatste ogenblik dienst genomen in het leger van Maximiliaan of wilden het land "beter leren kennen".
Ondanks het feit dat "ze het land der Belgen met eer hadden overladen" werden ze zonder veel commentaar aan de kant gezet. Alleen in het Kamp Van Beverloo (onder) en te Oudenaarde herinnert een monument ons nog aan het "Mexicaans Legioen" .

 
  Monument 'Tacambaro' in Oudenaarde.