Kwartier Rumbeke

 

 

Onze kazerne in Soest.

 

Op de grond, waar onze oude kazerne in Soest werd voorzien, waren er in 1935 nog beplante velden.Toen plots, in juli 1935, de bouw moest beginnen, kregen de boeren een uitstel van twee tot acht weken om hun oogsten van het veld te halen, zodat de voorziene werken konden starten.
U ziet op de voorgrond op de eerste foto de velden waar het 5 Linie zou gebouwd worden.
Verder naar het noorden kunnen ‘kenners’ de oude gebouwen van het kwartier Steenstraete zien. Daar waren, op het ogenblik waarop deze foto werd gemaakt, de infrastructuurwerken bezig aan de reeds bestaande gebouwen van de Landes-Heil- und Pflegeanstalt. Dit ziekenhuis werd omgebouwd tot de ‘Metzerkaserne’ en werd de eerste kazerne in 1935 van de vijf, die werden gebouwd in opdracht van de Wehrmacht. Op 1 februari 1935 trok het III Bataljon van het 18 Infanterieregiment van Paderborn in de Metzerkazerne in. Daarmee was Soest opnieuw een garnizoensstad.

 

U ziet de velden vooraan, daar zou, na het oogsten, de kazerne gebouwd worden in 1936. Bemerk een grote blok in de linkerhelft, die deel uit maakt van wat in 1935 de Metzerkaserne werd. De Metzerkaserne zou in 1951 het kwartier ‘Steenstraete’ worden bij het in gebruik nemen door het 1 Grenadiers

 

Deze blok van de Argonnerkaserne was, als ruwbouw, klaar op 8 april 1936.

 

In de Argonnerkazerne was er een paardenstal, want ondanks de motorisering van de Duitse troepen zouden de paarden nog worden aangewend voor de aanvoer en levering van materiaal. In de periode dat het 5 Linie deze kazerne bezette, waren deze paardenstallen te herkennen als het langwerpig bakstenen gebouw, rechts van de 2 Cie. Wij herinneren ons dat gebouw als de  schrijnwerkerij.

 

Foto genomen in 1937 aan de paardenstallen

 

De bouw van de Argonnerkaserne werd gestart in juli 1935. Op 8 april 1936 was de ruwbouw klaar. Er werd, naar aloude Duitse traditie, ‘Richtfest’ gevierd. (In België: “de mei op het dak”.)
De oplevering gebeurde in oktober 1936. De eerste militairen konden hun intrek nemen. Dat gebeurde door de 13 en 14 Compagnie en de Staf van het 64. Infanterie Regiment. De overige manschappen in de Metzerkazerne.
Na een felle beschieting door Amerikaanse artillerie op 5 en 6 april 1945, die heel wat schade aan de stad aanrichtte, namen de Amerikaanse troepen Soest in.
Die zouden de grotendeels leegstaande kazerne, net als de overige kazernes in Soest, in de daaropvolgende maanden gebruiken om er SS-ers, krijgsgevangenen en verdachten van oorlogsmisdaden gevangen te zetten. Op 5 juni 1945 lostten de Britten de Amerikanen af. Ze zouden er bijna anderhalf jaar blijven en deden van hier uit voornamelijk controle van het verkeer, dat toentertijd nog sterk beperkt werd. Zo werden nog veel ondergedoken Duitse burgers opgepakt en de zwarte markt tegengegaan.
Op 4 oktober 1946, toen de Britten de Argonnerkazerne al meer dan een maand hadden verlaten, trokken de eerste Belgische militairen hier in. Het waren de 1 Carabiniers die tot in september 1949 zouden verblijven. Zij gaven er de naam ‘Rumbeke’ aan. Deze naamgeving werd geïnspireerd door hun verblijf in Groot-Britannië, waar zij tot de brigade ‘Rumbeke’ behoorden.
Het 5 Liniebataljon, komende van het kwartier ‘IJzer’ in Lüdenscheid, loste de Carabiniers af in oktober 1949 en zouden er blijven tot in mei 1992. De benaming van de kazerne ‘Rumbeke’ werd behouden.


Zo zag de ingang er uit in 1946 met het embleem van de Carabiniers.

 

De grote blokken waar de vijf compagniën werden ondergebracht kregen een naam van een gesneuvelde.
Op  17 mei 1950 werd het monument op het ereplein ingehuldigd. Het was een sober maar stijlvol monument, gebouwd in de typische groene zandsteen die op tamelijk korte afstand uit de steengroeven van Geseke en omgeving kwam. Hiermee werden de 1539 gesneuvelden van ons regiment, voornamelijk gevallen in WO I en WO II herdacht.
Achter dit monument stond de vlaggenmast.

De inwijding van het monument door de aalmoezenier, op 17 mei 1950.

 

Verbouwingen:
Tijdens het verblijf van het 5 Linie, gedurende deze 43 jaren, werd er weinig veranderd aan de gebouwen. Gezien er in het kwartier geen gepaste ruimte bestond voor de mis op te dragen, gebeurde dat tot 1954 in de grootste ruimte van het bovenverdiep van de 2 Compagnie, tot er in 1954 de kapel werd gebouwd. In 1985 werd de blok ‘Antwerpen’neergezet. Deze laatste blok zou dienen als logementsblok voor beroepsvrijwiligers  en onderofficieren.

 

De kapel in ons kwartier Rumbeke, gebouwd in 1954.

 

Monument 5 Linie

 
 
 

De foto hieronder toont het monument van het 5 Linie op het ereplein in het kwartier Rumbeke in Soest, geflankeerd door twee oudstrijders van het 5 Linie.

Dit sober maar stijlvol monument is een herdenking aan de 1539 gesneuvelden van ons regiment in de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

Het werd ontworpen en gebouwd door 1 Sergeant Robert Van Huffel in 1950 en plechtig onthuld op 17 mei 1950 door Luitenant Generaal PIRON tijdens de intergeallieerde feesten in het kwartier Rumbeke.

Achter dit monument stond de vlaggenmast.
Dagelijks om acht uur werd de vlag gehesen. Gedurende het hijsen van de vlag heerste er traditioneel een ingetogen moment : elk militair zette zich in houding en bracht de groet.
Door deze groet huldigde elk militair het vaderland en de gesneuvelden.

Tijdens de Regimentsfeesten, werd aan het monument de vlam aangewakkerd door de korpscommandant, vergezeld door een oudstrijder.
De brandende vlam is het toonbeeld van onze eerbied en plechtige herdenking aan de gesneuvelden van ons regiment

.

Omwille van grote politieke veranderingen werden de NATO- troepen in Duitsland grotendeels teruggetrokken in 1992 en verliet het 5 Linie zijn kwartier Rumbeke waar het sinds 1949 ondergebracht was. Het monument werd toen behoedzaam ontmanteld en in het kwartier Piron te Leopoldsburg opgebouwd.

Het monument van het 5 Linie, heropgebouwd in Leopoldsburg in1992.

 
 

Paardenstallen

 
 

Bij de bouw van de kazerne in 1935 te Soest, de ‘Argonner-kaserne’ werd een gebouw voorzien om zieke paarden te verzorgen: het ‘Veterinairstation’.
Een dierenarts verzorgde er de zieke paarden van het regiment. Na WO II werd het gebouw nooit meer gebruikt om er paarden in te stallen of te verzorgen. Het relatief kleine gebouw, uitwendig opvallend wegens de ‘baksteen’ werd tijdens de bezetting door het 5 Linie, van 1949 tot en met 1992 niet verbouwd, noch veranderd. Zelfs de typische metalen ringen aan de buitenkant bleven tot op vandaag intact. Bijna alle oudgedienden van het 5 Linie herinneren zich dit gebouw als de ‘schrijnwerkerij’ maar er zijn onderdaad nog de oudsten die weten dat er in de vroeger jaren ’50 verschillende machines werden in ondergebracht om een cursus te volgen, zoals een naaimachine voor het beroep van kleermaker te vervolmaken. Het is in mindere mate geweten dat er een grote ruimte werd ingenomen voor het bewaren van de stock aardappelen die regelmatig werd aangekocht voor verbruik in onze kazerne en in dit gebouw onder de beste omstandigheden werden bewaard. Wie laat mij weten dat hij in de oude paardenstallen een ‘vaste dienst’ heeft uitgeoefend als schrijnwerker en wie kan mij een foto bezorgen van Hans Martin, de Duitse schrijnwerker die hier jaren zijn beroep uitoefende werknemer bij de dienst ‘Kazenering’ ? Zend foto’s of uw mededeling naar de webmaster: info@vijfdelinie.be Minder goed nieuws : aanvang februari besliste de huidige eigenaar van de gebouwen, de universiteit, dat de paardenstallen worden afgebroken. Zie het dagbladartikel hier onder, uit de Soester Anzeiger van 7 februari 2014.